Ze hadden het heel gezellig samen. Met z’n tweeën op een zaal. Eerder die week lag ze alleen, mevrouw S, 79 jaar, opgenomen na een val. Ze vond het maar saai en stil en door haar dementie vergat ze vaak dat je net ervoor was langs geweest waardoor ze regelmatig het gevoel had dat niemand naar haar omkeek. Ze kon zo heerlijk brommen soms. Maar met een beetje aandacht was het ook altijd snel weer goed. Mevrouw S had geen man en kinderen en haar contact personen waren een paar neven die gelukkig heel betrokken waren.
Na een paar dagen kwam er een nieuwe buurvrouw op haar kamer. Inclusief een grote familie. Wat een drukte was het elk bezoekuur. De kinderen van de buurvrouw namen van alles mee, kookten lekker vers voor hun moeder en deelden dit uit op de zaal. Mevrouw S, genoot mee van al het lekkers en de gezelligheid.
In mijn avonddienst bleef de zoon van de buurvrouw nog lang op de afdeling. Hij hielp zijn moeder met omkleden voor de nacht, masseerde haar voeten en zalfde haar rug in met een lekkere lotion. Hij knuffelde haar een poosje en stopte haar onder de dekens. Toen ik mevrouw S naar bed hielp zat ze op het randje van haar bed en zuchtte eens diep. “Heb je dat gezien? Die zoon van de buurvrouw? Wat is hij lief voor zijn moeder hé?” haar ogen stonden dromerig. Ik knikte en klopte haar even op haar arm. “Dat is misschien ook best moeilijk voor u, om dat zo te zien? Mist u dat, dat u geen kinderen hebt?” Ze knikte zachtjes en keek me weemoedig aan. “Tja, het is zo gelopen hé, het is jammer, maar soms gaat het zo in het leven” Ze bleef nog lang voor zich uit staren. Ik gaf haar haar nachtpon en ze kleedde zich in gedachten om.
Met langzame slagen borstelde ik haar haren nadat ik haar speldjes had uitgedaan. Ik deed er wat langer over dan normaal. Ik hielp haar in bed en stopte de dekens extra goed in. Ik leefde zo met haar mee. Het leek alsof ik haar eenzaamheid zelf voelde in mijn diepste ziel.
De buurvrouw wenste haar welterusten. “Ach ja, dat mevrouwtje ook, ” zei mevrouw S, “Zij is ook alleen, net als ik, maar gelukkig hebben we gezelschap aan elkaar” Ik glimlachte, wat een zegen soms, als je korte termijn geheugen je in de steek laat. Mevrouw trok de dekens tot over haar oren en viel met een tevreden blik op haar gezicht in een diepe slaap.
(C) Erika Steensma-Doornenbal