Hou me vast hoor!

“Hou me vast hoor! ” Ze greep mij stevig beet en bleef mijn arm omklemmen alsof het haar laatste strohalm was. Haar echtgenoot liep aan de andere kant van haar en zo schuifelden we naar de badkamer. “Probeer maar een beetje te ontspannen mevrouw,” zei ik, “volgens mij is het meer angst om te vallen dan dat u echt niet kunt lopen!”
 Ze stond even stil en keek mij aan. “Hoe heb jij dat zo snel door? ” Mevrouw was opgenomen met krachtverlies aan de rechterkant van haar lichaam waardoor haar balans te wensen overliet. Wat mij betreft mocht de kracht in haar rechterarm wel iets minder zijn want haar vingers stonden wit uitgeslagen in mijn bovenarm.

“Het gaat best goed hoor,” bemoedigde ik haar tijdens het lopen en eenmaal op de badkamer aangekomen hielp ik haar op het toilet. Ze ontspande en ondertussen hadden we een leuk gesprek. Grapjes gingen over en weer. Ze stond zelf op van het toilet en wilde haar handen wassen. Ik liet de kraan vast voor haar lopen. Ze keek in de spiegel. “Och, kijk nou toch, wat heb ik een lelijk gebit, ik lijk wel een heks.” grinnikte ze. Ik keek haar aan en zei: “Ik heb ook geen flitsend gebit, maar je kunt niet alles hebben. Je kunt niet én leuk zijn én een prachtig gebit hebben. En wij zijn gewoon héél erg leuk!” Mevrouw schaterde het uit en we liepen weer terug naar haar kamer. Zij hield mijn arm losjes vast.

Haar echtgenoot stond in de gang te wachten, klaar om zijn vrouw te ondersteunen. Ik stak mijn duim omhoog en we liepen hem voorbij. We wisselden een blik van verstandhouding. Wat een beetje afleiding en humor al niet kan doen met een angstig mens!