De bladeren dwarrelen
Door de wind gedreven
Langzaam en zachtjes
Op de grond
Daar bedekt het de aarde
Tot het rot en vergaat
Om de aarden grond
Te bemesten
De kalende takken
Zo naakt en zo kwetsbaar
Geven zich over
Aan winter en koude
Maak me niet warm
Laat het gebeuren
Want dwars door dit alles
Worden mijn takken weer sterker
En groeit er nieuw leven
Tot prachtige knoppen
Waardoor ik straks
Weer mag ontpoppen
Tot kleurrijke bloesem
Als het voorjaar begint.
Uitbundig
Eerbetoon
Aan mijn Schepper.