Het is een drukke nachtdienst. Het zweet gutst over mijn gezicht. Het continu dragen van een mondkapje in combinatie met pré-hormonale overgangsperikelen is nu niet bepaald een hele goede combi.
Aan het eind van mijn dienst kom ik bij een patiënt op de kamer die onlangs een pacemaker heeft gekregen. Het gaat goed met hem, heeft heerlijk geslapen en we maken een praatje. Het gesprek gaat over zijn vrouw. Hij is kort geleden 45 jaar getrouwd met de liefde van zijn leven. Hij verteld vol vuur over zijn romantische ontmoeting en de zoektocht die hij in de weken erna door zijn dorp heeft moeten houden omdat hij vergeten was haar telefoonnummer en adres te vragen. Ik glimlach van oor tot oor, maar omdat hij dat natuurlijk niet kan zien met dat lapje voor mijn mond maak ik er wat schatergeluidjes bij. Ondertussen pompt de bloeddruk band op en de uitslag is nogal verontrustend. Ver boven de waardes die het moet zijn. Hij schrikt, maar ik grijns. “Nou, de liefde van uw leven laat uw hart nog steeds sneller kloppen he, blijf maar even rustig liggen, over 10 minuten meet ik uw bloeddruk en hartslag nog wel een keer!”
Bij de tweede meting is de bloeddruk en hartslag keurig. Hij haalt opgelucht adem. Gelukkig, hij mag straks weer naar huis, naar zijn vrouw, waar hij na 45 jaar huwelijk nog steeds zichtbaar verliefd op is.