Aandacht

Hij is nog wakker, weliswaar ligt hij met zijn ogen dicht, maar ik zie zijn handen onrustig bewegen en in de halve minuut dat ik op zijn kamer sta heeft hij zich al een paar keer omgedraaid. Zijn drie kamergenoten liggen rustig te slapen. Ik noem zachtjes zijn naam en hij zit meteen rechtop in bed.

“Ik kan echt niet slapen” zucht hij. Hij praat nogal luid in verband met zijn verminderde gehoor. “Morgen ga ik revalideren en ik zie er best tegenop” “Zullen we even naar de lounge gaan om een kopje thee te drinken?” opper ik terwijl ik met een schuin oog naar de (nog) slapende patiënten kijk. Dankbaar kijkt hij mij aan en komt zijn bed uit.

In de lounge zitten we aan een tafeltje met een kopje thee. Meneer vertelt dat hij al een paar nachten slecht slaapt en dat hij maar steeds ligt te malen. Ik ken hem van een aantal dagen terug, opgenomen met een herseninfarct waarvoor hij een medicatiebehandeling via het infuus heeft gekregen. Zijn lichamelijke uitval is weer aardig bijgetrokken. Hij kan zich inmiddels goed redden. Het plan is dat hij kort gaat revalideren zodat hij thuis weer op het oude niveau kan functioneren. Al met al positieve dingen, maar meneer lijkt erg met iets te zitten.

Hij vertelt schoorvoetend waar hij mee worstelt. Zijn moeder leed aan een psychische aandoening. Zij verzon gezondheidsproblemen waardoor zij regelmatig bij de huisarts zat en soms werd doorverwezen naar het ziekenhuis. “Ik ben zo bang dat ik aan dezelfde ziekte lijdt en dat ik mijn aandoening heb verzonnen!” Met een benepen stem spreekt hij de laatste zin uit en kijkt mij angstig aan.

Gelukkig kan ik hem verzekeren dat er scans zijn gemaakt van zijn hoofd en dat de radioloog zwart op wit heeft gezet dat hij een infarct heeft doorgemaakt. En dat dit dus betekent dat hij het niet zelf heeft verzonnen. Een last valt van zijn schouders. De arts heeft hem ook verteld dat hij een infarct heeft gehad toen hij werd opgenomen maar doordat zijn eigen gedachten al een paar dagen met hem aan de haal zijn gegaan is hij dat vergeten. We praten nog een poosje door en hij vertelt wat de ziekte van zijn moeder voor hem betekende en wat een diepe impact dit heeft gehad op zijn leven. Dankbaar geeft hij mij een hand. “Ik ben zo blij dat je de tijd nam om met me te praten, je weet echt niet half wat dit voor mij betekent!” zegt hij.

De rest van de nacht slaapt hij rustig, net als zijn drie kamergenoten. Deze nacht geen malende gedachten die hem van zijn rust beroven. Wat doet aandacht veel met een mens. En wat geeft het een enorme voldoening om dit te kunnen geven aan mijn patiënten. In dit geval geen rustgevende medicatie, geen slaaptabletje, maar een kopje thee en een luisterend oor!